5f44b755
U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

Het qua - terrarium een klein oerwoud in de huiskamer

Tekst en foto’s: Hans Meulblok

 

De natuur nabootsen in een terrarium is mooie maar moeilijke opgave. Toch zijn vele mensen daar redelijk in geslaagd. Als we ons maar aan de spelregels houden. Dit stuk is geschreven voor de beginnende hobbyist. Om te beginnen nemen we een zo ruim mogelijke bak, niet te veel dieren, niet te veel soorten dieren, en ze moeten elkaar verdragen en uit het zelfde klimaat komen. Het terrarium zullen we zodanig inrichten dat de dieren en planten voldoende ruimte en licht hebben en daarbij een goede doorluchting en tempratuur. Dagelijkse verzorging bestaat uit goede (levende) voeding en vitamines. Eerst zullen we de dieren en planten bestuderen alvorens deze te kopen. Deze belangrijke zaken worden niet door iedereen toegepast maar voorkomen dierenleed, financiële debakels en teleurstelling.

Alvorens het terrarium wordt gekocht of zelfgemaakt kijken we eerst naar de plaats waar het terrarium komt te staan. Hoe valt het daglicht of direct zonlicht in het terrarium. Hoe hoog komt de oerwoudbodem t.o.v. de vloer. Hoe kijk je op zithoogte naar deze bodem zodat je de kikkers ziet lopen. Hoe ontwerp je de binnenzijde; waar komt de waterval en de poel. Hoe maak ik de achterwand en van welk materiaal. Ook de verlichting is van belang; hoeveel licht en welke soort. Ook als je een kant-en-klaar terrarium koopt moet je deze dingen van tevoren bedenken. Nadat het terrarium op zijn plaats staat, kan met de inrichting worden begonnen.

In dit artikel zal ik stap voor stap op deze belangrijke zaken ingaan. Als beginner of gevorderde hobbyist kunt u van mijn 35 jaar ervaring gebruik maken. Kennisoverdracht is belangrijk. Door lid te zijn van een aquarium terrarium verenging kunt u veel kennis opdoen. Internet heeft veel voordelen maar praten met de hobbyist en gaan kijken bij hem thuis is erg leerzaam. Het bijwonen van lezingen binnen de NBAT geeft een goede kijk op de hobby.

 De inrichting

Nadat het terrarium is geplaatst op een tempex plaat en waterpas staat kunnen we de achterwand aanbrengen. Deze kan bestaan uit gifvrij kurk, ravenwortelplanken, tegellijm met tempex, de flevopol methode met synthetische doek of ondertapijt.

Aan de achterzijde van het landgedeelte plaatsen we tempex tot de bovenkant van het landgedeelte zodat we de houten stobben er bovenop kunnen stapelen. Aan de voorzijde in het landgedeelte gebruiken we kleikorrels en maken we de poel. Ook plaatsen we de dompelpomp voor de waterval of wandbevloeiing. Het bodemgedeelte dekken we af met vloeidoek. Het stapelen met eiken stobben als achterwand kan zeer creatief zijn. Maak zoveel mogelijk openingen in de wand zodat er later planten tussen het hout kan worden aan gebracht. De waterval kan ook door een goed gevormde Stob worden gemaakt. Het gebruik van kienhout en tropische wortelhout, druivenhout en lianen behoren tot de mogelijkheden. Ook bestaat de mogelijkheid om met kunstlianen en luchtwortels te werken zodat deze niet rotten in de vochtige bak.

 Verlichting

De mogelijkheden zijn divers. Het gebruik van TL verlichting in de kleur 82 en 93 is al zeer lang van toepassing. De komst van de energie zuinige T 5 lampen biedt nieuwe perspectieven. Deze hebben een zeer grote lichtopbrengst. De halogeenlampen 20, 50 en 100 Watt behoren ook tot de mogelijkheden, maar geven veel warmte af. Ze geven wel mooi gebundeld licht op grotere diepte. De schakeling van de lampen kunnen met diverse soorten klokken worden gedaan. De digitale klokken hebben het voordeel dat in kleine tijdsdelen kan worden geschakeld.

 Lucht en vocht

Het is erg belangrijk dat overal in het terrarium de lucht in beweging is en dat in het terrarium de juiste vochtigheid heerst. Dit zullen we zelf moeten beheren door te sproeien met de hand.  Zo kun je zelf doseren waar je het water wilt hebben. Tillandsiasoorten, vooral de zilverkleurige, hebben weinig water nodig, maar de bromelia’s hebben water in de kelken nodig. Voor mij is deze dosering de beste methode .Ook kunnen we de luchtbevochtiger gebruiken voor extra vocht toevoeging. Het gebruik van nevelinstallaties met fijne sproeikopjes behoort tot de mogelijkheden.

In een tropisch regenwoud terrarium is de klimaatbeheersing als volgt. In de nacht is de tempratuur minimaal 20 ˚C met een luchtvochtigheid van 100%. Als de verlichting is opgestart gaan we de luchtvochtigheid naar 70% brengen door gebruik van ventilatoren waarmee we de lucht zowel in als uit het terrarium blazen. De ruiten zullen binnen een korte tijd weer helder zijn en de planten droog. De lucht vochtigheid blijft overdag rondom 70 %. Met de luchtbevochtiger houden we dit op peil. In de natuur is dit ook niet zo constant, droge en natte tijden wisselen elkaar af. Misschien zouden we ons terrarium ook met de natuur mee moeten laten lopen en dus regentijden invoeren.

 Planten

De planten in ons terrarium zijn erg belangrijk voor onze dieren. Kikkers zetten hun eieren af in de bromelia’s. In de natuur zijn grote groepen bromelia’s in de bomen, waar de kikkers in en rondom leven als ze eieren afzetten. Er zijn bromelia’s in vele vormen, zoals Vriesea, Aechmea, Billbergia soorten met hangende bloeiwijze, Neoregella zoals de Fireball die mooi rood kan zijn als er veel licht is in het terrarium en Guzmania soorten met hoge bloeiwijze. De kelken van de planten moeten altijd water bevatten, sproei de kelken regelmatig door zodat er vers water in blijft. Ook de kikkers hebben dit nodig. De tillandsia’s kunnen we indelen in de groene en zilverkleurige soorten. Zilverkleurig zijn Tillandsia rubra, T. Ionantha, T. Purpuea, T.argentea, T. xerographhica en T. usneoides, waar kleine Anolissen de nacht in door brengen; ze vallen zo niet op voor hun belagers. Tot de groene soorten Tillandsia’s behoren T. bergeri, T. kugel, T. balleyi, T. tenuifolia en T. geminiflora.

Maak groepen tillandsia’s van de zelfde soort. De bloeiwijze zal in dezelfde periode plaats vinden en is dan een mooi gezicht. De groene tillandsia’s komen lager in het kronendak voor en kunnen dus meer vocht hebben. Dus kan er meer worden gesproeid, daarentegen komen de zilverkleurige tillandsia’s hoog in de bomen voor en krijgen dus meer licht en zijn droger. Dus moeten we dit in het terrarium ook toepassen, dat betekent minder sproeien.

In de natuur zien we grote groepen planten .Dit kunnen we in onze bak ook toepassen, maak er dus geen postzegelverzameling van. Ook planten die weinig licht en veel water nodig hebben, zijn in het algemeen geschikt voor het regenwoud terrarium, zoals Aglaonema, Anthurium, Begonia, Caladium, Ficus, Hedra, Marantha, Peperomonia, Spathiphyllum soorten. In het moeras gedeelte of in een poel kunnen we Cryptocorynen, Hygrophila stricta, lobelia cardinalis, en vele andere moerasplanten die wij in het aquarium gebruiken.

Varensoorten zoals Pteris cretica en P. Faurei zijn erg geschikt. De Homalo cladium tiggy is een varensoort die we nog niet zoveel zien. De plant komt voor in de regenwouden van de Salomonseilanden en New-guineae en is familie van de Polyonaceaeen en kan in de natuur groot worden. De stengel is plat van vorm en bestaat uit segmenten waar het driehoekige blad uit groeit. De bloeiwijze kan wit of groen zijn. De plant heeft veel vocht nodig en een goede belichting. Ik heb de plant in het terrarium staan en doet het prima, een aanrader. Ook een plant uit Suriname waarvan we u de naam schuldig moeten blijven, heb ik gezien in Brownsweg, groeiend onder de bomen in het woud. Deze verlangt weinig licht en is dus gunstig voor ons terrarium. De kleur van het blad is groen met rode nerven en hoe minder licht hoe roder het blad kleurt. De plant heeft niet gebloeid dus is de benaming een probleem. Het nakweken via stekken is geen probleem, hij groeit zeer goed 

Luchtvochtigheid en temperatuur

We proberen in het qua terrarium een biotoop na te bootsen. Dat betekent dat we de tempratuur en luchtvochtigheid van de natuur moeten evenaren zodat plant en dier optimaal tot hun recht komen.

We doen dit met de plantenspuit door dagelijks regenwater, osmosewater of demiwater te sproeien. Het water moet een lage hardheid (DH 5 à 6) hebben en een pH van 7. We kunnen doordat we zelf de spuit hanteren de hoeveelheid water zelf bepalen en kunnen de wat minder vochtminnende planten zoals tillandsia’s niet of minder besproeien.

Het aanbrengen van een sproei-installatie behoort tot de mogelijkheden. Het nadeel is dat we het water niet kunnen doseren naar plantensoort zoals met de plantenspuit. De lucht bevochtiger is dan een andere mogelijkheid. Het geheel kunnen we met tijdklokken regelen. De luchtvochtigheid moet in de nacht 100% zijn. Nadat de verlichting in de morgen in zijn geheel ontstoken is, gaan we de luchtvochtigheid naar beneden brengen, naar 70%.

Dat doen we door met kleine ventilatoren de bak te ontluchten. We blazen lucht in het terrarium, warme lucht uit de licht kap en zuigen tevens de lucht uit het terrarium. Dit laatste is erg belangrijk; door alleen lucht in te blazen gaat de luchtvochtigheid niet naar beneden. Na ongeveer een uur moeten de planten en de voorruit droog zijn. Teveel vocht is niet goed; er zal rotting in de planten plaats gaan vinden bij te veel vocht. De circulatie van de lucht in het terrarium moet regelmatig plaats vinden om de twee uur 5 min. is voldoende. Verse lucht is goed voor plant en dier. De temperatuur is overdag 27 ˚C en in de nacht 20 ˚C. Dit kunnen regelen door de warmte van de lampen in de kap te gebruiken of middels verwarmingsmatten of kabelverwarming.

 De dieren

Alvorens we een terrarium gaan maken of kopen zullen we moeten beslissen welke dieren we gaan houden. Willen we kleine hagedissen en hoe groot mogen ze worden, of willen we kikkers gaan houden.

Eerst gaat u daar over lezen. U kunt enkele terrariumboeken kopen zoals het door mij geschreven boekje ‘Praktische terrariumwijzer1’ uitgebracht door Over dieren (OD) onder auspiciën van de NBAT, zoals meer boeken over onze aquarium-, terrarium- en vijverhobby zijn uitgebracht. Voordat u aan een terrarium begint, moet u goed op de hoogte waar u aan moet voldoen om dieren verantwoord te houden. Het dier is geheel afhankelijk van uw inzet en kennis. Medehobbyisten kunnen u daar zeker bij helpen. Nadat u een keuze heeft gemaakt, kunt u dieren kopen bij een goede terrariumzaak. Deze zal u een goede voorlichting geven en u niet zomaar iets verkopen.

 

 Hagedissen

Holaspis laevis: Een oost Afrikaanse hagedis die we nog maar weinig tegen komen, is de Holaspis laevis. De grondkleur is zwart met op de flanken lichtbruine strepen doorlopend aan de zijkant van de staart, op de kop drie strepen op de rug twee geelwitte strepen die overgaan in groen en nabij de staartwortel overgaand in één streep in fel blauw. De poten hebben een grondkleur van licht blauw met aan de voorzijde zwarte vlekken. Vijf klauwtjes aan de achterpoten en vier aan de voor poten. Aan de onderzijde een witte of gele buik. De man heeft femorale poriën. Dit is een rand aan de onderkant van de dijen. Deze is bij alle volwassen hagedissen het geslachtonderscheid. De vrouw heeft dit niet. De staartwortel is bij de man breder dan bij de vrouw.

Het dier is 9 - 12 cm lang, hij kan zich zodanig plat maken dat hij 0,45cm hoog is. Zij kunnen glijvliegen (zweven) over een afstand van 10 m en kunnen bijsturen met hun staart. ‘s Nachts verschuilen ze zich in spleten en kieren en maken zich plat. Ze zijn erg snel; vangen in het terrarium is niet gemakkelijk. Ontsnappen uit het terrarium kan gemakkelijk omdat ze door kleine speten kunnen kruipen. Ze eten kleine insecten zoals krekels, weideplankton, huisvliegen en fruitvliegen, bufflow-wormen en meelwormen. Ovenvisjes kunnen met een pincet worden gevoerd. Het toedienen van vitamine en kalkpreparaat is een must voor alle reptielen. Het toedienen van UV behoort tot de mogelijkheden.

De dieren hebben een groot verspreidings gebied in Afrika. Holaspis levis komen voor in Tanzania, Malawi en Mozambique. Holaspis quentheri komt voor in Siërra Leone, Ghana, Nigeria, Kameroen, Gabun en Uganda. In Tanzania komen beide soorten voor. Ze leven als boombewoners in vochtig woud gebieden zowel in primair als secundair woud, ook zijn ze waargnomen op palmen en eucalyptusbomen. In het terrarium kunnen we het beste een koppel houden. Ik heb ervaren dat twee vrouwen en een man ook niet goed gaat. Mannen zijn onderling onverdraagzaam en dulden alleen vrouwtjes in hun territorium. Vrouwen kunnen verdraagzamer zijn maar het tegenovergestelde is ook mogelijk. Jonge dieren kunnen worden aangevallen, ze worden aangezien als indringer. Na een paring worden twee hardschalige eieren gelegd in een vochtige bodem. De eieren zijn 6 à 7 mm breed en 11 à 13 mm lang we kunnen ze in vochtige potgrond bewaren. In een potje met deksel b.v. een krekelbakje. Met een dagtempratuur van 27 à 29 ºC en een nacht temp. Van 25 ºC komen de jongen na 55 à 57 dagen uit het ei en lijken sprekend op de ouderdieren met een verschil dat de jongen een zwarte buik hebben i.p.v. geel, wit en oranje. Ik heb deze dieren nu 2 jaar in mijn terrarium en ze doen het prima. Eén koppel in het terrarium geeft geen problemen ook niet t.o.v. de pijlgif kikkers. Ook is er in het Duits een leuk boekje uitgekomen over deze prachtige hagedis. Geschreven door Michael Kroninger “Die Ostafrikanische sägeschwanzechse” Holaspis Laevis  ISBN 3-937285-17-2. Ik weet dat vele liefhebbers hier interesse in hebben. Er is nog niet zoveel bekend over dit prachtige dier.

Phelsuma Phelsuma

 

Phelsuma’s

Dit zijn Daggekkos’ die prachtig van kleur zijn in verschillende grootte. Overdag zijn ze erg actief. Deze hagedissen komen uit Madagaskar, de Comoren, Zanzibar, Seychellen enz. De temperatuur waarin deze dieren leven is 25 - 30 graden. Ze zullen dus ook boven in het terrarium leven. Hiervoor geldt ook weer de standaardregel; één man en twee vrouwen of ze nu klein of groot zijn. Ze hebben een sterk territoriumgevoel. Er kunnen ook vechtpartijen ontstaan tot de dood er op volgt. Tengevolge van stress kunnen deze dieren dood gaan. Maar als u één koppel hebt in het terrarium kunt u lang van deze dieren genieten. Ze lopen over het glas zowel verticaal als horizontaal.

Ook zijn ze gek op rozenbottel siroop, honing of andere zoetigheid van fruit. Ze eten krekels, en vliegensoorten. Ook warmen ze zich graag op bij een lamp in het terrarium. Geef de lamp echter bescherming doormiddel van kleinmazig gaas. Als ze namelijk te lang op de hete lamp blijven zitten, plakken ze er aan vast, en komen ze er verbrand af. De schade herstelt zich niet meer. De dieren voelen zelf niet dat ze verbranden.

Als u Phelsuma’s wilt vangen; doe dan een plastiek handschoen aan of gebruik een glazen pot. Houd ze niet vast in de hand. Als het dier beweegt is men geneigd de greep te verstevigen zo ontvelt u het dier. De huid herstelt zich wel maar niet meer zo mooi. Ook hebben Phelsuma’s behoefte aan kalk, gemalen eierschalen worden spontaan gegeten.

De eieren die deze dieren leggen zijn hard van schaal. De kleine soorten Phelsuma’s leggen de eieren op dood blad of op glas. De eieren blijven daaraan vastplakken. Er worden meestal 2 eieren gelegd die aan elkaar gekleefd zijn. Ter bescherming kunt u er, als ze tegen het glas geplakt zijn, een doorzichtige dop overheen lijmen met siliconenkit. Wel een gaatje in de dop prikken voor de zuurstof.

Als het jong is uitgekomen kunt u de dop los snijden en het jong in een kweekbak zetten. Broedduur ± 40 à 70 dagen.

 Anolissen

De meeste Anolissen komen uit het Caribische gebied waar het minder vochtig is dan in het tropische regenwoud. Ze zijn goed te houden mits de omgeving niet te nat is. Met een vochtigheidgraad van 70 á 75% overdag hebben ze geen problemen.

Hij is meestal groen van kleur maar kan snel van kleur veranderen, zoals een Kameleon en wordt dan groen of bruin. Als de dieren donkerder worden kunnen ze zich beter opwarmen. De man heeft een keelflap, de vlag genoemd, die hij kan uitklappen. De kleur van de vlag is dus rood. Bij het vrouwtje is een zeer kleine vlag te zien. Zo kunt u dus al geslacht onderscheid maken. De mannen kunnen de huid van de nek en de rug opzetten en platten het lichaam af zodat ze voor hun rivaal groter lijken. Bij alle Anolissoorten is het houden van meerdere mannen sterk af te raden. De mannen zullen vechten tot de dood er op volgt of er treden verwondingen op. Beter is het om één man op twee vrouwen te houden. De Anolis legt leerachtige eieren, de eieren groeien naar mate ze ouder worden

De volgende soorten zijn goed te houden:

Anolis chlorocyanus, A. cybotes, A. sagrei, A. roquet roquet en A. roquet summus.

Pijlgifkikkers

De mooi gekleurde en dag actieve Dendrobatidae worden gehouden in een vochtig terrarium. Hun mooie kleuren en interessant gedrag en voortplanting, het fluiten en roepen heeft onze belangstelling.

Ideaal terrarium dieren voor een serieuze liefhebber.

Dendrobates soorten hebben verbrede vingertoppen; bij de mannen zijn deze groter dan bij de vrouwen. De legsels van deze dieren zijn klein en brengen hun larven in een holte van een boom of in een bromelia.

Dendrobates tinctorius komt voor in Suriname en Frans Guyana en hebben een zwarte ondergrond en blauwe poten, een kleurvariatie met gele en witte tekening.

D. auratus, zwarte ondergrond met groen, of bronsgroen, geel, blauwe en goudkleurige tekening komt voor in Panama, Costa Rica en Taboga.

Den. leucomelasDen. leucomelas

D. leucomelas, zwarte ondergrond, gele bandering, Venezuela.

D. azureus met blauwe tinten komt uit Suriname, Sipaliwini gebergte. Hiervan zijn alleen na kweek dieren te koop omdat de vindplaats een klein verspreidingsgebied is.

 

D. Pumilio, 2cm groot, centraal Amerika, Nicaragua.

D. ventrimaculatus, zwarte ondergrond met groen blauwe poten en goudgele en oranje rug tekening, buik te­kening, groene rastertekening, komt uit Peru, Ecuador, Colombia en Frans Guyana.

Epipedobates tricolor, rode ondergrond met witte, gele streeptekening uit Ecuador en Peru. Deze kikker van 2 cm is een zeer gemakkelijk te houden dier in een vochtig terrarium. Het kikkertje fluit als een kanarie en legt regelmatig eieren, de man meent de larven op de rug en deponeert deze in het watergedeelte in het terrarium. Bij goede omstandigheden en voldoende voedsel zullen de larven door de metamorfose komen en het land op gaan. Zeer schikt voor de beginnende liefhebber.

Phyllobates vittatus, zwarte ondergrond, gele rug strepen, groene of grijze poten en buik tekening.

Alle kikkers eten fruitvliegen hebben vitaminen en mineralen nodig, zi

e voedseldieren.

Padden

Bombina orientalis (Koreaanse Vuurbuikpad) komt uit Azië. De pad is licht en donker groen, ook kan hij van kleur veranderen en is 5 cm. lang. De buikzijde is rood met zwarte vlekken. Leeft voor 50% in het water of zittend op stenen, en moet in een groep van minstens 5 stuks gehouden worden. Kwaakt veel en kan met meerdere mannen en vrouwen bij elkaar worden gehouden. De mannen hebben dikkere voorpoten dan de vrouwen en is voor de beginner goed te houden. Ze eten alles, krekels vliegen, en wormen.

Boomkikkers

Boomkikkers worden door de meeste mensen gehouden in kleine groepjes van 4 á 6 stuks. Als u overdag voert komen meestal de boomkikkers ook op het voer af. ’s Avonds als u het licht een uurtje eerder uit laat gaan voor u naar bed gaat en dan voert, kunt u genieten van de nachtdieren, daarom is een nachtverlichting ook zo nodig.

Hyla cinerea. Deze kikker is ± 5 cm. groot en is voor de beginner geschikt. Het dier is groen van kleur en heeft soms een licht gezoomde streep van de neus onder het oog door tot de achterpoten. Eet alles wat vliegt. De Hyla’s drinken van het sproeiwater als u aan het sproeien bent. Bedenk ook dat deze kikker ‘s nachts kwaken. Dit kan in het voorjaar 5 á 6 weken duren. Ik vind dit zelf altijd leuk, u waant zich in de tropen, maar het kan ook hinderlijk zijn en zeker als het terrarium op een slaapkamer staat.

Hyla soorten: Hyla japonica, H. marmorata, H. leucophyllata, H. aurea, H. versicolor, H. crucifer, Rhacophorus leucomystax, Phyllomedusa hypochondralis makikikker en Hyperolius soorten uit Afrika.

 

 

Makikikkers

Deze behoren tot de familie van de Phyllomedusidae. De Agalychnis callidryas, bekent als roodoog makikikker en de Phyllomedusa hypochondralis makikikker zijn goed te houden. Zeker als we natte en drogere seizoenen nabootsen zullen ze eieren afzetten op het blad dat boven het water hangt, zodat de larven als deze uitkomen in het water vallen. De larven groeien dan in de poel verder.

 

Het kweken van fruitvliegen: (Drosophila)

De fruitvlieg wordt gekweekt voor kleine dieren zoals gifkikkers of jonge dieren. Koop het liefst vleugelloze vliegjes. Met de aankoop van een kweekportie kunnen we verder kweken.

Zie volgende recept:

Neem 3 delen deel multivitaminesap ( limonade) , 2 delen melk , 1 deel azijn en een half pakje gist,  roer daar havermout door tot een stijve brei.  Breng de brei in grote glazen potten (appelsmoespotten), in een laag dikte van 2 à 3 cm en vul de pot met houtwol. Het deksel  van de pot kan open gesneden worden door met een mes langs de rand te snijden zo dat we alleen een ring over houden. We kunnen de opening nu afdekken met een stuk nylonkous en de ring op de pot draaien. Het afsluiten is nu eenvoudig en vlieg dicht geworden. In de pot laten we een flink aantal fruitvliegjes los, de vliegjes zullen maden afzetten en weer vlieg worden.

De potten op 20 à 22 graden weg zetten of op de methode van de krekelkweek. Door wekelijks te herhalen blijft de kweek goed, de hoeveelheid potten die men opzet is afhankelijk van het aan tal dieren dat men heeft.

 

Hans Meulblok