5f44b755
U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

Vrijdag 24 februari – aankomst Blanche Marie.

7 dagen onderweg en al veel gezien, maar de regen begint ons een beetje te vervelen. Maar goed, mooi op tijd (8:45 uur) vertrokken we in 2 platbodems richting Blanche Marie. 3 lokalen van het vissers/jacht kamp trokken met ons mee op. ’s Nachts waren reeds enkele netten uitgezet en diverse Aiowara’s, Tijgermeervallen en Tucunari’s verdwenen in de meegenomen vrieskist.
Tijdens de 4 uur durende vaartocht over de Nickerie werden er vele bloeiende bomen en struiken gezien als ook de eerste echte boomkip (Iguana iguana) Ook schrokken we diverse malen grote/kleine zwermen vleermuizen op uit hun dagrust aan de waterkant. Voor het eerst werden er ook diverse ijsvogels gezien maar, hoe verrassend, geen enkele reiger. De ijsvogels lieten zich moeilijk fotograferen telkens we met de boot te dicht bij kwamen vlogen ze voor ons uit om weer honderd meter verderop op een tak of boomstronk plaats te nemen. Als de territorium grens bereikt werd draaide de vogel om en verdween achter ons of stak de rivier over om ook daar voor ons onbereikbaar te zijn.  Ook apen werden als schimmen in de boomtoppen waargenomen maar konden niet vastgelegd worden.
In de rivier werden diverse stroomversnellingen gepasseerd, de ene wat groter dan de andere. Ook omgevallen bomen dienden omzeild te worden als ze de directe doorvaart belemmerden.

Bij aankomst werd e.e.a. direct geïnspecteerd en de vallen bezocht. Op dit moment werd er veel water afgevoerd en Hans was verheugd. Zoveel water had hij de vorige keren bij zijn bezoek(en) nog nooit gezien. Het was dan ook een overweldigend gezicht hoe het water met donderend geraas zich door de rotspartijen en oever begroeiing worstelde. Na wat gediscussieer besloten Hans, Louis, Theo en Geert-Jan zich te nestelen aan de voet van de “vallen” in een geïmproviseerd hangmatten kamp en zouden Frits en de vissers bij de aanleg plaats verblijven bij de keuken faciliteiten. We worden hartelijk verwelkomd door de (tijdelijke) beheerder en deze beloofd ons dat we veel te zien zullen krijgen.
Na het eten (omstreeks 16:00 uur) gaan we met enkele zaken naar ons eigen kampje. Onderweg passeert een troep doodshoofdaapjes ons pad, echter geen camera ter beschikking om ze te fotograferen. Bij ons kamp aangekomen gaan Geert-Jan en Theo zich afkoelen/-spoelen in de rivier, heerlijk verfrissend.
Op een gegeven moment horen we aan het getjirp dat de doodshoofdaapjes ons kamp naderen en rap worden de camera’s in de aanslag gehouden om ze te fotograferen.
Enkele meegebrachte verse kokosnoten worden te lijf gegaan met de machete om ze te ontdoen van hun buitenste schil. Deze schil zal straks het begin vormen van ons kampvuur. De harde kern wordt ook onthoofd en het kokoswater wordt opgevangen om als verdunning van de 90% rum te dienen. De verse kokos smaakte opperbest als tussendoortje.
Het kampvuurtje wilde niet erg vlotten, maar na veel gepuf en geblaas en met hulp van de 90% rum lukte het dan toch en konden we genieten van een welverdiende rust.

Zaterdag 25 februari – verblijf Blanche Marie.

’s Morgens na het ontbijt met een boot naar de “el Dorado” vallen op advies van de beheerder. 10 minuten varen over de Nickerie en een kleine kreek verder volgde een glibberige voettocht door het oerwoud en komen we voor een mooie waterval te staan. Na deze bewonderd te hebben moest dezelfde glibberige route weer terug gevolgd worden. Maar goed, iedereen kwam weer goed bij de boot terug.
Na de lunch bestaande uit rijst met vers gevangen Tucunari en boskip, werd er een begin gemaakt met de voettocht naar de “moedervallen” en daarboven. Tijdens de weg hiernaartoe werd er nog een kolibrie nestje gevonden dat onder aan een blad gehangen was om zodoende goed beschermd te zijn tegen de regen, slim ! Een zeer klein hagedisje kruiste ook ons pad en volgens Louis betrof het hier een hem niet direct bekende Chronotodus soort. De onderweg ook tegengekomen Epipedobates trivitatus werden ondertussen als gewoon beschouwd en na gezien te hebben links gelaten. Boven de “moederval” was het goed zwemmen in de rivier en na hiervan een halfuurtje genoten te hebben werd de terugtocht weer ingezet. Op een verlaten strandje werd een leeggeroofd Iguana nest gevonden waarbij de lege eischalen getuigden van een schranspartij.
De toeristische accommodatie werd vervolgens eens aan een inspectie onderworpen en vooral Hans was benieuwd hoe het er nu bij stond. Alle gebouwen gaven echter een vervallen indruk. Na het overlijden van de eigenaar is er door de erfgenamen niet veel energie in het onderhoudt gestoken en dat is nu te zien. Reuze jammer, want het is een schitterende locatie waar zeker iets van te maken is.

Zondag 26 februari – verblijf Blanche Marie.

Na een heerlijke nacht zonder regen een lange wandeling gemaakt over de toegangsweg van de “Bauxietweg” naar Blanche Marie. Geoordeeld werd dat de weg inderdaad voor een busje (ook in de 4wd versie) moeilijk begaanbaar zou zijn.
Tijdens de 6 uur durende wandeltocht werden er eindelijk brulapen gezien die ook op de foto konden vastgelegd worden. We hadden ze al vaak gehoord en als schimmen in het bladerdak gezien en dus nu eindelijk op de foto.
In een moerasgebied(je) langs het pad werden vele Krobia’s gezien en geprobeerd ze in een foto te vangen, afwachten wat het geworden is. Verder niet veel gezien maar wel genoten van het oerwoud en de koelte die het bracht.
Of toch nog wel iets wat we niet eerder tegengekomen zijn. Een pijlgifkikkertje met broed op de rug.
Na de wandeling wederom een weldadig bad in de rivier om wat te verfrissen terwijl de andere verwoede pogingen ondernemen om het kampvuur weer op te rakelen. Tijdens de inmiddels als gewoonte beschouwde nachtelijk wandeling naast de vertrouwde kikkers ook een hele grote Rana gezien en een schorpioen. Deze laatste was klein maar volgens Frits zijn dat juiste de ergste, doordat ze zich zondermeer overal in kunnen verschuilen van schoenen tot plooien in kleding toe en venijnig kunnen steken.
Na de wandeling begaven we ons naar de keuken locatie voor een lekker BBQ maaltijd en vervolgens werd ons eigen kwartier opgezocht. In de stroomversnelling voor onze slaapplaats werden toen diverse ruim 1 meter langen alen ontdekt die ogenschijnlijk alleen ’s avonds vanuit de diepere delen van de rivier naar de nel stromende ondiepere gedeelten komen om te foerageren. De sidderalen (zo’n 10 stuks) lagen op een rij naast elkaar in afwachting van wat de stroming brengen zou en dan te bedenken dat we op dezelfde plek een paar uurtjes geleden nog uitgebreid gebaad hebben.

Maandag 27 februari – vertrek Blanche Marie.

Na afbraak en inpakken van de diverse locaties werd er omstreeks 09:30 uur ontbeten en laden we de boot weer in. Een van de boten was reeds vooruit gevaren om de ’s nachts gespannen netten binnen te halen. Gedurende ons verblijf hadden de bootsmannen en hun gezelschap immers veelvuldig gevist en gejaagd, weliswaar buiten de grenzen van het natuurpark (hopelijk !). Ook nu ging het weer stroomafwaarts dus iets of wat sneller dan de heenreis. Onderweg wederom diverse ara’s, amazone’s, zwarte ibissen, reigers (nu wel), ijsvogels en een visarend gespot. Het blijft prachtig wat je hier zoal tegenkomt. Voor de reuzenotters die hier wel voorkomen was het te hoog water in de Nickerie, jammer misschien een volgende keer. Maar ook nu bood het oerwoud op de oevers genoeg om de vaartijd te veraangenamen.
Na goed 2:45 uur varen (aanmerkelijk sneller dan de 4 uur van de heenreis dus) dan toch weer op de uitvalsbasis terug.
Zoals we inmiddels gewend zijn ook hier naar goed Surinaams gebruik pas na 1,5 uur  (Hoezo Brabants kwartiertje) de aankomst van ons vervoermiddel dat ons naar Witagron moet brengen. Witagron zou ons vertrek punt zijn naar de “Ralleighvallen/Volzberg”
Maar goed, zo goed en kwaad als het ging onze spullen ingeladen en op de (lege) kratten parbo en de styroporbox na die er echt niet meer bij konden paste alles in de (eigenlijk te kleine) bus. Ook het nog meegebrachte ijs moest achterblijven omdat er geen ruimte meer voorwas en Frits er vanuit ging dat dit ook in Witagron aangeschaft kon worden.
Het busje zat wel comfortabel en bijna iedereen sukkelde in slaap door het –hobbelige & schuddende – ritme van de rit. Plots werden we opgeschrikt doordat het busje abrupt stopte, lekke voorband !
Geen nood de beperkte ruimte werd voor een deel gebruikt dor een reserve wiel. Echter nadat middels de te kleine krik en boomstronken e.d. het kapotte wiel verwijderd was bleek het reserve wiel niet te passen, de remschijf drukte tegen de velg waardoor er geen beweging in te krijgen was. Naarstig werd geprobeerd telefonisch contact met de buitenwereld te krijgen maar helaas geen bereik ! Hans en Geert-Jan gingen al op zoek naar een plek om kamp te maken naast de weg. Echter na een half uur werd er gekeken en geopperd dat misschien een achterwiel wel voor zou passen en het reservewiel achter zou passen. Met enige scepsis werd de verwisseling in gang gezet en zie, wonder boven wonder was het verschil van enkele millimeters doorsnede van remnaaf en remschijf voldoende en konden we onze tocht toch nog voortzetten. Bemoedigend was overigens ook dat iedereen die ons passeerden (hoofdzakelijk echter tegemoet komend verkeer) stopte en hulp aanbood. Dit laatste kan natuurlijk ook niet anders op zo’n dood punt in de “middle of nowhere”, je weet immers nooit of je niet zelf in een vergelijkbare situatie terecht komt.
Na 45 minuten komen we aan in Witagron waar een ongeruste August ons verwelkomd na ruim 2 uur op ons gewacht te hebben. August verschaft ons 2 overnachtingen tijdens ons verblijf in Witagron.
Er wordt rap wat te eten klaar gemaakt en de resten worden gevoerd aan de veelvuldig aanwezige honden. Een enkeling maakt vriendschap voor het leven en de hond is gedurende onze wandelingen door Witagron en omgeving niet meer van onze zijde geweken. Waarschijnlijk in afwachting van nog meer voedsel wat ie klaarblijkelijk daarvoor te kort gekomen was.
Ook bij de kinderen doen we goed door het uitdelen van ballonnen. De kleinsten hebben moeite met het opblazen hiervan en moeten daarbij geholpen worden. Dolle pret hebben ze met de ballonnen.
’s Avonds wordt er wat nagebabbeld en August verteld e.e.a. over het leven in een dorp als Witagron. Belangrijke mededeling, telefonisch verkeer is alleen mogelijk op de brug over de Coppename rivier. Na wat proberen blijkt zelfs dat op de brug alleen aan de overkant over een lengte van 1,5 meter bel verkeer mogelijk is.
Voor het slapen gaan worden de vogelkooitjes binnen gehaald en gaat iedereen slapen in zijn hangmat. Hans en ik (Theo) hebben hun rustplaats gevonden in de grote vergaderzaal waar een tweetal hangmatten opgehangen konden worden. Bij de eerste poging echter scheurde de hangmat van mijn overdwars doormidden en zat ik pardoes op de betonnen vloer. Gelukkig kon ik gebruik maken van de hangmat van August zodat ik toch nog een slaapplaats had.

Dinsdag 28 februari – verblijf Witagron.

De Picolet (zangvogeltje) van August wordt ’s morgens in zijn kooitje weer buiten gehangen. De hut wordt schoongeveegd (voor binnenkomst moeten de voeten geveegd worden!) en er kan ontbeten worden.
In het dorp is het rustig alleen vrouwen, kinderen en gepensioneerden wandelen voorbij. De jonge mannen zijn of werken in de stad (Paramaribo) of met toeristen naar de Raleighvallen als gids of bootsman. Het is rustig zo ’s morgens en lekker in het ochtend zonnetje.
August geeft ons een rondleiding door het dorp en toont ons de belangrijkste zaken (winkel, medische post, school) en stelt ons voor aan de kapitein van het dorp. Tevens worden we voorgesteld aan div. familieleden van hem die ook in het dorp verblijven. Hierbij blijkt dat ie zelf ook niet altijd weet of het nu een nicht, schoonzus of kleinkind of wat anders betreft. Ook zijn we hier dat aapjes als huisdier gehouden worden in naar ons idee te kleine kooien. Een oude vrouw loopt met een jonge spinaap rond in het dorp en deze krijgt zo nu en dan de gelegenheid om zich in een boom te begeven. De spinaap bekijkt ons in zo’n geval een beetje argwanend en blijft bij ons uit de buurt.
Hans maakt dankbaar gebruik om zijn levenslijn weer op te laden en levert de camera accu’s in bij de medische post die beschikt over een werkende elektriciteit voorziening. De generator van het dorp had het reeds geruime tijd geleden begeven en was nog niet gemaakt zodat er in de hutten geen stroom beschikbaar was en geen stromend water.
’s Middag krijgen we n.a.v. een vraag nog uitleg over het gebruik van het “opa terrein”. Dit is een terrein in het bos wat niet vrij toegankelijk is en waar dorpelingen die de (vrijwillige) eed afgelegd hebben of willen afleggen terecht kunnen. Nadat ze deze eed afgelegd hebben worden ze geacht bepaalde levensregels in acht te nemen en mocht dit onverhoopt toch verzaakt worden kan men hier terecht voor een soort biecht. Een soort priester maakt contact met “grandpa” en beantwoordt vragen van de ongelukkige met ja of nee. Ook kan een tussenpersoon via de priester een verhaal van “grandpa” aanhoren en doorgeven waarbij de priester aangeeft of het verhaal goed en correct overgebracht wordt.
Eind van de middag de laatste ballonnen verdeeld en gaan Frits en Geert-Jan met de plaatselijke jeugd nog een fanatiek partijtje voetballen op blote voeten. Later zou blijken dat dit Frits wat spierpijn bezorgde en Geert-Jan opengehaalde tenen.
’s Avond nog een nachtelijke wandeling over de “bauxietweg” en het was verrassend dat we hier zo dicht bij het dorp in enkele waterplassen jonge kaaimannetjes aantroffen.

Woensdag 29 februari – vertrek naar Raleighvallen /Voltzberg.

Vandaag vertrek naar de Ralleighvallen per korjaal die voortgedreven wordt door een 80pk buitenboord motor en bestuurd door een jonge knaap (Delano) die wel van een beetje vaart hield.
Hoewel de wens geuit was om vroeg te vertrekken (09:00 uur) was het al half elf voor we vertrokken. August ging met ons me en zou ook na afloop ons nog vergezellen richting Brownsberg. Maar dat is pas over drie dagen dus nog niet aan denken.
Het beloofde een tochtje van ong. 2 uur te worden over de Coppename rivier. Ook deze rivier is nog steeds op beide oevers begroeid met eindeloos lijkend oerwoud slechts in de buurt van Witagron zien we soms door de bomen een enkel indiaans hutje.
Onderweg worden we meermaals verrast door een nu gelukkig klein ”regenbuitje” Louis had van thuis uit enkele eenmalig te gebruiken poncho’s meegebracht die gretig aftrek vonden om met name de camera’s te beschermen tegen het vocht. De bagage was reeds uit voorzorg met een dekzeil afgeschermd. Zigzaggend gaan we stroomopwaarts waarbij Delano zorgvuldig het wateropp. bespied op ondergedoken obstakels en deze wonderwel weet te ontwijken. Hij is er natuurlijk thuis en weet zo ongeveer waar de meest gevaarlijke te vinden zijn, ook als deze ondergedoken zijn. Daar waar bijna niets aan het opp. komt is het water spiegelglad.
Onderweg wordt kort na “Grand Tabbetje” (=groot eiland) een visser met pech geholpen door Delano. De motor wilde niet starten met het start koord dat afgebroken was. Na een stief kwartiertje wordt de motor gestart en kan de geholpene zijn weg voortzetten, ons vertrouwen in Delano stijgt ook met deze goede daad van vakbekwaamheid.
Zo rond 14:00 uur arriveren we met een ruime bocht dan bij de Ralleighvallen en verwonderen we ons over de accommodatie. Ook Hans die hier al eens geweest is, is aangenaam verrast. Op de oever bij de aanlegplaats is een groot afdak verrezen dat in drielagen onderdak kan bieden aan vele” hangmatters”. Wij installeren ons in dit zelfde gebouw op de 1e verdieping aan genieten direct van een 1e klas uitzicht. Geweldig!
Na een welkome douche (hoe langer men douchte hoe warmer het water wordt, maar nooit meer dan 26 graden). Ook Frits was aangenaam verrast door de keuken faciliteiten (hij was hier ook nog nooit geweest) en bereidde vlug voor ons een maaltijd om weer de vingers bij af te likken. Hij had overigens wel wat pijntjes overgehouden van de voetbal wedstrijd gisteren en wilde het rustig aan doen. De stakker! Na het inmiddels standaard potje rikken werd er natuurlijk weer gewandeld om het terrein te verkennen en te kijken wat er zoal te zien was. Geert-Jan begon vrijwel direct naar geschikte stammetjes te zoeken om hengels van te maken, hij had de smaak te pakken en wilde nu toch weleens een behoorlijke vis aan de haak slaan.
Frist verschalkte op zijn inmiddels bekende manier het eerste visje dat als aas zou gaan dienen voor Geert-Jan.
Al vlug werden er een aantal schijfzalmen boven gehaald maar de grotere vissen lieten zich ook hier echter niet verschalken. Een enkele Tucunari beet zich vast in de reuze haak maar kon zich toch vlak voordat hij het water verliet ontworstelen en ontsnapte zodus aan de pan.

Donderdag 1 maart – verblijf Raleighvallen/Voltzberg.

Vandaag staat een wandeling op het programma naar de Voltzberg. De gids Bonito zou ons op deze trip begeleidden. Om 9:15 uur werden we ingescheept om van ons eiland (het gastenverblijf is op een eiland gevestigd) naar de vaste wal vervoerd te worden. Delano bestuurde wederom de korjaal als ware het een speedracer en bracht ons in sneltreinvaart naar het begin van de wandelroute.
Hier nam ook Frits afscheid want hij zou ons niet vergezellen, hij had nog teveel last van pijntjes en zou zorgen dat bij terugkomst een heerlijke maaltijd op ons wachtte.
Er voerde slechts een pad naar de Voltzberg maar deze was wel vol hindernissen, omgevallen bomen, kreekjes, rotsblokken, heuvels alles was voorradig om de tocht niet gemakkelijk te laten zijn.
Er was weinig tijd beschikbaar om onderweg te fotograferen, 3 uur zou de wandeltocht enkele reis duren en we moesten om half zes het bos uit zijn omdat het anders te donker werd, aanpoten dus. Wat sfeerfoto’s, een “kolenbrandertje”, enkele kikkertjes en wat begroeiing was al wat er gefotografeerd kon worden.
Trots het stevige tempo arriveerden we toch te laat bij de voet van de berg die als een massief stuk graniet uit de jungle opstak. Louis en Hans gaven aan niet verder te willen (kunnen) en bleven achter terwijl Theo en Geert-Jan met de gids verder gingen. Echter ook wij geraakten niet ver voorbij de boomgrens waarbij de gids aangaf dat het niet verantwoordt was door te gaan. De hitte, het tijdstip en gladheid speelden ons partten.
Nadat we ons weer samenvoegden met Hans en Louis werd de terugtocht aanvaard en ook hierbij moest er de nodige vaart aangehouden worden. Door dit alles werd de tocht niet als al te prettig ervaren. E.e.a. kwam natuurlijk door een communicatie stoornis met de gids die andere gedachten bij de tocht had dan wij. De vorige keer dat Hans hier geweest was werd er gebruik gemaakt van een tussen stop waar overnacht kon worden waarna dan ’s ochtends vroeg de berg beklommen kon worden. Nu moest tegenwoordig alles op een dag omdat de overnachtingsplaats in onbruik geraakt was.
Delano bracht ons weer zeer vermoeid terug naar ons verblijf waar Frits inderdaad zijn best gedaan had en we na een korte rustpauze konden genieten van een heerlijke maaltijd (Rijst, friet, kip –natuurlijk-, aiowara gebakken/gestoofd, groenten en zoetzuur) Er werd met graagte gegeten en alles ging op.
Na de maaltijd en douche was er niet veel puf meer over om nog wat te doen en werden de kaarten weer voor de dag gehaald om deze (te) zware dag af te sluiten.