5f44b755
U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

Deel 3: Apiapaati

Apiapaati is een klein eilandje nabij Djumu 250 km ten zuiden van Paramaribo. Hier komen de Gran Rio en de Pikin Rio samen en vormen samen de Surinamerivier die via het Brokopondomeer en Paramaribo naar zee stroomt, We zijn dan in het gebied Saramaccaner bosnegers. Naast het bezoek aan de bosnegerdorpen zullen we diverse tochten maken om de natuur en natuurlijk de kikkers van dichtbij mee te maken.

De boskriolen
Nog voor we het kleine vliegveldje achter ons laten ontmoeten we een bosnegervrouw met haar kroost die op weg is naar de rivier om de was te doen. Het blijkt typerend voor ons verblijf rond de bosnegerdorpen. De mannen werken elders in Suriname en de vrouwen werken rondom hun huis, zorgen voor de kinderen, het huishouden en bewerken het kostgrondje. Dat zijn kleine landbouwperceeltjes in de jungle die met de hand worden bewerkt.
Bosnegers zijn de afstammelingen van de vroegere Afrikaanse slaven die in de 17e en 18e eeuw van de plantages aan de Surinaamse kust weggelopen zijn en zich in het binnenland langs de rivieren vestigden. Zij leven van de visvangst, de jacht en wat akkertjes in de jungle. Daarbij hebben ze hun oude Afrikaanse stamgebruiken en geloofsrituelen tot op de huidige dag grotendeels behouden. De bosnegers worden ook wel boslandcreolen of Marrons (weggelopen slaven) genoemd; zelf gebruiken ze de benaming bosneger.
Wij bivakkeren op Apiapaati, een eilandje tegenover het dorpje Godo, een verzameling van zo’n 100 hutten. Daar schijnt het feest te zijn want de hele nacht klinkt een constante dreun. Later blijkt het om een twee weken eerder overleden stamoudste te gaan die nu gebalsemd  
Een avondwandeling
De eerste avondwandeling loopt de gids voorop met hakmes en geweer. Wij volgen met onze koplampen waarmee we makkelijk dieren herkennen door de reflecties van de ogen; zelfs de kleinste spinnen zie je dan gemakkelijk. We komen diverse dieren tegen zoals de Opossum en diverse Hylasoorten. Het woud is ‘s nachts vol leven met de diergeluiden en het maanlicht door de bomen geeft daar een speciaal effect aan.
Zo kunnen we dat ook in het terrarium en aquarium aanbrengen met een nacht- verlichting van een 7 watt gloeilampje of met ledverlichting. Het geeft sfeer en wij kunnen ook de bak observeren. Voor de dagdieren is het prettig iets te kunnen zien als er een nachtdier langs komt. De verstoring van dagdieren door nachtdieren valt erg mee. We hebben nooit nadelige gevolgen gezien en zeker geen vechtpartijen. Er zijn echter lieden die het gezamenlijk houden van dag- en nachtdieren minder geschikt achten. Nachtdieren moeten ’s avonds gevoerd worden als de hoofdverlichting uit is. Met nachtverlichting bootsen we de avondschemering na en dat is vaak de jachtperiode van de nachtdieren. Nu kunnen we zelf genieten van de jacht op voedsel van onze dieren.

Boomleguaan


Een hagedis die we in de vroege ochtend tegen kwamen is de Polychrus marmoratus, een boomleguaan. Het is nog een jong dier van ca 20 cm, terwijl een volwassen dier bijna 50 cm kan worden. Marmerleguanen zijn bijzondere hagedissen, die je in de hobby maar zelden tegenkomt, met een aparte bouw. Je kan ze het best beschrijven als een kruising van een leguaan, een Anolis en een langstaarthagedis. Ze hebben een heldergroene kleur met daarop een marmerachtige groene met gele tekening, de kop is erg spits en de staart is vaak 2 tot 3 maal de lichaamslengte. Het zijn schuwe dieren, die zich voornamelijk in een plantenrijke zone ophouden en daar weinig opvallen door hun perfecte camouflagekleuren. In de schemering zijn ze het meest actief, waarbij ze voornamelijk wormen en rupsen verorberen. De dieren kunnen zich twee maal per jaar voortplanten tijdens de regenseizoenen. De dieren komen voornamelijk voor rond het Caribische gebied, van Nicaragua tot in het Guyaans Hoogland. Het zijn eierleggers die toch wel 8 jaar oud kunnen worden.

Spinnen en schorpioenen
Gelukkig zijn we niet bang uitgevallen, maar toen we een flinke zwarte schorpioen van zo’n 12 tot 15 cm ontdekten bij de keuken, hebben we het diertje toch maar in een emmer geschoven en naar de andere kant van ons eiland verhuisd. Schorpioenen behoren tot de spinachtigen met vier paar looppoten en een paar grijppoten met schaar. Het meest indrukwekkend is toch wel de staart met gifstekel die als een antenne omhoog wijst en elk ogenblik kan toeslaan.
Spinnen zijn we al vele malen in allerlei groottes tegengekomen. Deze ochtend is het wel echt raak. Het diertje met een omvang van minstens 10 cm van poot tot poot ziet er in eerste instantie onschuldig uit met zijn donsvachtje. Als het echter een snelle spurt maakt me zijn acht harige poten gaat er toch wel een dreiging van uit. Deze bosspin behoort tot de vogelspinnen. Ze maken geen web maar kunnen met de antennes op hun behaarde poten de grootte en afstand van de prooi haarscherp inschatten. We lieten het diertje met rust, doch de plaatselijke jeugd dacht er anders over. De spin werd behendig gevangen waarbij gebruik werd gemaakt van een jong palmblad dat als tang fungeerde. De afloop hebben we niet afgewacht. Lang zal de spin niet meer geleefd hebben.


Offerplaats en ritueel
We maken een wandeling door de dorpen.
Telkens wanneer we een dorp binnengaan of verlaten lopen we door een toegangspoort van palmbladeren, een azan pau. Deze poorten zullen de boze geesten buiten het dorp houden. Er loopt een soort hoofdweg door de verzameling hutten die min of meer ongeordend hun plaats gevonden hebben. De hutten zijn nagenoeg gelijkvormig met van palmblad gevlochten puntdaken die nagenoeg tot de grond reiken en nu vaak met golfplaten bedekt. De voorkant is soms traditioneel met palissanderhout bewerkt en heeft een lage deur om eventuele geesten te weren. In het voorste deel van de hut wordt de huisraad bewaard en de achterste helft dient als slaapgelegenheid.
Daarnaast komen we regelmatig offerplaatsen tegen. Ze bestaan uit gestileerde figuren gedrapeerd met veelkleurige doeken. Daaromheen zien we veelal een fruitboom, waterkruiken en de restanten van geofferd wild.
In Semoisie werden we verwelkomt met een plechtig ontvangst. De dorpsoudste bracht ons naar de kapitein. Daar kregen we een zitplaats en werd een bekertje whisky geserveerd. Alvorens te toosten werd een gebed voorgedragen waarbij een deel van de whisky over de grond werd gesprenkeld als een soort plengoffer. Nu de boze geesten waren bezworen, werden we welkom geheten en kon de vergadering beginnen. Zo hoorden we dat het departement een aggregaat had verstrekt met de nodige diesel om voor voldoende elektriciteit te zorgen. Jazeker. Er was voldoende brandstof om ’s avonds tussen 19 en 24 uur radio te luisteren, de ijskast te koelen en een spaarzame lamp te 
Buidelrat


We lopen terug het woud in waar we de rest van de dag doorbrengen. We zien een buidelrat van ca 25 cm met een grijpstaart van eveneens 25 cm, de zuidelijke opossum Didelphis marsupialis. Het is een van de grootste opossums en kan zo groot worden als een konijn. Het diertje is een alleseter, eet torren, sprinkhanen, mieren, termieten, wormen, vruchten en zelfs kleine muizen en vogeltjes. Het grootbrengen van de jongen gaat op de typische buidelmethode. De draagtijd is slechts 13 dagen waarna de ca 12 embryo’s van slechts 1½ cm hun weg naar de buidel moeten vinden, waar ze dan ongeveer 10 weken bij de tepels verblijven. Daarna worden de jongen nog wekenlang begeleid.
De opossum weet op een zeer eigenaardige manier aan een vijand te ontkomen. Hij laat zich vallen en blijft dan "dood" liggen, zijn ogen vallen dicht en laat z’n tong uit de bek hangen. Hij is wel niet echt dood, maar zijn aanvaller veronderstelt hem dood en gaat op zoek naar een andere levende prooi. Via proeven heeft men vastgesteld dat de opossum in deze schijnbaar levenloze toestand toch uitermate alert en gespannen is. Deze truc gaat natuurlijk niet op bij aaseters.

Kreekjes


Speciaal voor de aquariumhouders maken we een uitstapje na
ar een kreekje. Nou ja, een kreekje; er stroomt een laagje water. De bodem is zeer licht gekleurd alsof het gewassen zand betreft. De omgeving is met jonge bomen en lage struiken bezet. Ondanks de lage waterstand zien we op enkele plaatsen toch wat visjes. Dus wordt het schepnet in stelling gebracht. We leggen het op de bodem en schuiven het langzaam onder het visje, ervoor zorgend dat onze schaduw het visje niet afschrikt. Na enkele pogingen is het raak. Het visje is ca 4 cm en duidelijk een Hyphessobrycon. Het kleurpatroon doet me het meest denken aan de roze tetra, H. rosaceus bentosi. Dat zou best kunnen want deze roze tetra komt voor in de Guyanalanden en met name rond de Suriname rivier. 

Even later zien we weer wat visjes. Ditmaal zijn ze beduidend groter en slanker. Het lukt ons niet om er een te vangen. Onze jonge gids echter is in en langs het water opgegroeid en weet er een te vangen. Het lijkt een spatzalm. Juist op het moment dat we een foto willen maken, is het visje ons te snel af en springt met een dubbele salto terug in het water. Dat denkt ie tenminste. Het belandt op een linnen tas en wordt alsnog gefotografeerd. Het is inderdaad een spatzalm, Copeina arnoldi, een mannetje van 7 – 8 cm.

SpatzalmSpatzalmDe staartvin waarvan de bovenste lob verlengd is en de vinnen hebben een oranjerode gloed. Het lichaam is zilverbruin met grove schubben. Spatzalmen staan er om bekend dat ze eitjes op de bladeren van overhangende takken afzetten. Al jong oefenen spatzalmpjes hun springvermogen. In de paartijd zoekt een mannetje een geschikt blad 30 tot 60 cm boven het water en bevochtigt dit door het enkele malen te bespringen. Dan “nodigt” hij het vrouwtje uit om dan gezamenlijk te springen. Zodra de opwinding voor beiden het hoogtepunt bereikt blijven ze met hun speciale vinnen enkele ogenblikken aan het blad hangen waarbij het vrouwtje een tiental eieren produceert en door het mannetje meteen bevrucht worden. Het spel herhaalt zich vele malen. Het paar valt terug in het water, activeert elkaar en springen weer met uiterste precisie op hetzelfde blad. Bij zo’n 200 eieren is het uit met de pret en wordt het wijfje zelfs verdreven. Soms blijven niet alle eieren voldoende kleven maar de overige eieren blijven bespaard voor allerlei eierrovers. Het mannetje blijft de eieren nog bijna twee dagen met zijn staart bespatten. Dan is het met deze bijzondere broedzorg gedaan. De larfjes vallen in het water en moeten zelf voor hun verdere ontwikkeling zorgen.

De Ananasberg

 

Uitzicht van af de ananas bergUitzicht van af de ananas berg Hij is niet onwijs hoog, maar het is wel even doorbikkelen. Van daar uit heb je een fantastisch uitzicht over het oerwoud. De trip naar de Ananasberg is juist zo bijzonder omdat daarbij alle facetten van ons verblijf rond Apiapaati nog eens beleefd werden. We varen op de Pikin Rio over kleine stroomversnellingen, bezoeken een dorpje en maken een flinke boswandeling, waarbij we weer allerlei kreekjes oversteken. Tijdens dit soort tochten genieten we telkens weer van flora en fauna. Tijdens de klim naar de top vinden we ook halsband hagedissen. Er staan Agaven met een bloeiwijze van 10 meter hoog en veel grote bromelia’s in de spaarzame bomen. De ananasberg zelf viel tegen waarschijnlijk vanwege schrale troosteloze aanblik ten gevolge van de bosbrand van enkele jaren terug. Het adembenemende uitzicht maakt echter alles weer goed.Kikkers
Natuurlijk komen we op onze tochten diverse kikkers tegen. Een heel klein kikkertje is de Epipedobates trivitatis, een pijlgifkikkertje van bijna 3 cm. Het diertje zijn we diverse keren tegen gekomen en houdt zich blijkbaar op tussen vochtig gebladerte. Dat is niet zo verwonderlijk want het zijn dagactieve diertjes. Veel Dendrobatessoorten leggen hun eieren in de kelken van bromelia’s. Na ca twee weken komen de eitjes uit en worden dan door de mannetjes naar een poeltje gebracht. Overal hebben we larven in allerlei stadia kunnen ontdekken. Vaak waren dat modderpoeltjes langs de weg en eenmaal in een verlaten kano die als kikkerzwembadje nog dienst deed.
De Hypsiboas cinerascens is een boomkikker van tenminste 5 cm die we vlak na de schemering met onze koplampen hebben waargenomen. Met zijn typische schijfvormige vingertoppen klemt het zich vast aan een tak. Het dier heeft flinke achterpoten, grote ogen en een brede bek. Na het maken van de foto krijgen we nog een demonstratie verspringen.
Onze mooiste ervaring is toch wel onze kennismaking met de Surinaamse boomkikker, Hyla leucophillata, die tegenwoordig Dendropsophus leucophyllatus wordt genoemd Richard heeft deze ook in zijn terrarium. De slanke kikker is een nachtactief dier van maar 4cm en heeft zich hier in slaapstand helemaal tegen het blad gedrukt. Het dier heeft vrij lange tenen met goed ontwikkelde vingertoppen met zuignappen. Het bijzondere is dat we hier met een vrouwtje te maken hebben. In Nederland hebben we daar problemen mee; er worden praktisch alleen mannen aangeboden. Waarschijnlijk ligt dat aan het al dan niet kwaken. De kwakende mannetjes worden in de natuur eerder ontdekt en gevangen. Let er dus op bij aankoop van wildvangdieren dat je ook echt een vrouwtje te pakken krijgt. 

De mannetjes hebben een donker gekleurde kwaakblaas. Mits je genoeg insecten aanbied zijn het redelijk makkelijk te houden dieren.De Gran Dam
De Gran Dam is een enorme stroomversnelling in de Gran Rio. Alleen de reis ernaartoe is al een belevenis. We vertrekken bijtijds want we moeten de Tapawatraval voorbij en dan moet er flink gewerkt worden om onze korjaal over deze stroomversnelling te verslepen. Het is een heel geploeter. Onze voeten glijden van de stenen of zakken weg in het tussenliggende zand. Het lukt uiteindelijk met behulp van diverse jongelui uit het dorp die natuurlijk een fooitje verdienen. Soms glijdt de boot een meter vooruit, maar vaker zit hij klem en moet er flink getild en gesjord worden. We vorderen een meter per minuut. Na een uur hebben we een afstand van 50 meter en een hoogte van 4 meter overwonnen. Binnen een uur zijn we bij de Gran Dam. Dat is nog eens een stroomversnelling. Deze houdt het midden tussen een waterval en een stroomversnelling. Rotsen van
3-4 meter stuwen het water dat er onstuimig langs spoelt. Watermassa’s van vele meters doorsnee glijden in enorme vaart voorbij en verdwijnen kolkend in de volgende briesende watermassa’s. Over een breedte van ca 100 meter en een lengte van vele honderden meters herhaalt zich het spel der oerkrachten. Het is indrukwekkend. We blijven op veilige afstand zeker een uur rondhangen en geven het natuurgeweld een plaats in onze hersenen, wat een ervaring! Op de terugweg laten we onze gedachten de vrije loop. Dan moet er weer gewerkt worden. Want het terugslepen van de korjaal over de Tapawatra gaat niet vanzelf.