5f44b755
U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

Maandag 2e Paasdag 7 A p r i l.

Opgestaan 6.00 u. we weten niet waar we vandaag naar toe gaan net Wouter. We gaan de boot ophalen bij Wouter thuis. We rijden eerst nog rond buiten Paramaribo waar we op de weg een aangereden ( lotin lobellia) sneki (slang) 50 cm visetende slang vinden, we drinken koffie en rijden

richting Groningen, Bethlehem, Calcutta naar Boskamp aan de monding van de Coppenamerivier, de grote Oost-Westverbinding de langste asfalt weg van Suriname ongeveer 400 km, we laten bij de Coppenamerivier aan de kust van de Atlantische-Oceaan de boot in het water. we varen 10 min. op de Coppenamerivier en varen dan de Coesewijne op dit is een zijrivier stroomopwaarts van de Coppenamerivier. De zijkant van de rivier is omringd net mangrovebos. Op de kant zien we. een slijkspringers ze hebben de ogen net als kikkers boven op de kop, de ogen kunnen alle kanten opdraaien. De bovenkaak steek uit voor de onderkaak, de borstvinnen hebben gespierde verlengstukken zodat ze zich daarop vooruit bewegen. we zien lidcactussen op een boom midden in de rivier met wespennest. We wild en hier aanleggen naar de wespen steken te veel. we varen verder er we zien witte reigers en orchideeën Tillandsia’s bulbosa op de bomen. Na ongeveer luur varen veranderd de begroeiing langs de kant lage planten en waternavel en eikenbladvaren. We stoppen

elke keer als we, iets zien. Ineens ziet Karel een 3 tenige luiaard, we maken dia’s. Verder zien we water-cacaovruchten, div. bloemen, de Mocco mocco vrucht en hangnesten van de Goudkruintroepiaal vogel. We komen een drijvend eiland tegen dat zijn delen planten die dicht opeen zitten waarop grotere planten groeien ze zijn los en drijven naar zee. Hoog in de bomen hangen Till . Usnioides. Karel klimt in het boompje dat midden in de rivier staat hij valt er bijna uit maar zo kan hij daar wat planten weg halen. We zien ook vogels geel met bruine vleugels dit is een grietje biepilanus sulphuratus. Het is nu laag water geworden, de steiger staat  60 cm boven water net kost ons wel wat moeite de polyester boot op de aanhanger te krijgen, er komt nog een bootje met Surinamers ze zien de dode slang die we de hele reis in de boot hebben liggen ze schrikken zich rot. We hebben ook nog te weinig benzine om thuis te komen, we kopen wat van een andere man want 2e Paasdag zijn de pompen gesloten, na  3 uur varen 15.30 u. gaan we terug. We zien tijdens de terug tocht slijkspringers en Karel ziet een kleine Kaaiman. Om 1700 u. zijn we terug i n de haven. Het was een machtige dag. We komen om 18.30 u. aan bij Wouter thuis en eten rijst met bruine bonen en gehakt dan gaan we naar huis. We doen nog wat schrijfwerk, drinken wat en gaan om 11.30 u. naar bed. morgen weer vroeg dag.

 

Dinsdag 8 A p r i l.

Opgestaan 6.00 u. wat gegeten en om 8 uur met Wouter vertrokken richting Zanderij - Berlijn . Richting Witagron zagen we zwarte gieren zitten bij een plas we maakten wat dia’s. We reden naar Berlijn maar plots zagen we een Koraalslang van  30 cm (micrurus lemniscatus)

Karel en Wouter wilden hem pakken maar hij kroop onder het wiel van de auto. Toen ze hem vanonder het wiel uitgepeuterd hadden bleek het een zeer gevaarlijke slang te zijn. Wouter zei, als hij je b i j t ben je dood en er is geen tegengif, maar ze wilden hem toch proberen te pakken.

Wouter trok zijn overhemd uit en gooide die over de slang. Ik ze laat dat beest lopen, straks vallen er dooie. Nu konden ze de kop niet vinden, je moet de slang vlak achter de kop pakken anders kijkt hij om en bijt hij. Plots kwam de kop van onder het overhemd en kroop bij Wouter tussen zijn vingers door. Het beest heeft zeer kleine tandjes dus zie je niet of hij gebeten heeft. Karel  pakte toch de slang op de goede plaats, ik vond het wel wat angstig ik had weinig zin in een dode. De slang in 2 zakjes gedaan hij was gewond maar we namen hem toch mee. Op weg naar het bosnegerdorp zag ik kleine aapjes via een boomtak de weg oversteken we stopten en probeerden dia’s te maken ze waren snel weg, we wachten nog maar ze kwamen niet terug. In het bosnegerdorp aangekomen

liepen daar wat jongens maar de kapitein was er niet . Het dorp bestond niet zoals ik verwachte uithutten maar uit huizen van onbeschilderde planken, we liepen via het dorp naar een kreek de Berlijnskreek. Een jongen liep met ons mee om ons de weg te wijzen maar er verscheen

een ijsauto in het dorp dus ging zijn interesse daarop over. In de kreek zagen we grote vissen (slangekopvis). Na enige tijd reden we verder over een smal bospad ha een 800 m lager een grote boom over de weg. Wouter maakte er geen probleem van nam de houwer en hakte de grootst e takken weg sleepte een stuk boom met de jeep weg reed dwars door de struiken en de omgevallen bomen heen. Je kan alles doen met zo’n jeep hij is 4 wiel aangedreven en er zit een lier op. Ook heeft

h i j een verzwaarde bumper, we reden verder het bospad af tot we bij een kreek kwamen. We vingen er spatzalmen en Aphyosemion er waren ook zoetwatergarnalen, temp. water 24 gr. PH 8 Dh 1 of minder. We aten een pompelmoes die we onderweg voor F 0,75kochten bij een stalletje, dat is een grote sinaasappel. We reden verder en kwamen over het savannen gebied met witzand en lage beplanting hier en daar een palm. We vonden zonnedauw in bloei ook zagen we sporen van een jaquar, we konden de sporen een heel eind volgen maar we vonden hem niet. We reden verder en ik zag een raar hek staan we gingen kijken en het bleek een val te zijn zeer vernuftig gemaakt, 2 rijen stokken aaneengesloten naast elkaar de tussenruimte is 40 cm zodat een dier er net tussen kan, in de val is een stokje onder 45 gr, geplaatst 10 cm boven de grond en daaronder legt men vlees, als het dier het vlees pakt slaat het stokje omver en valt de boven op liggende boomstam tussen de rij stokken boven op het dier. We kwamen na een tijdje bij een houthakkerskamp een oude man en vrouw begroette ons. We gingen naar de beek die daar was en vingen je spatzalmen ik vond een kikker van 0,05cm toen we terug gingen sprak de oude bosneger die zeer krom liep met Wouter in het taki taki. Surinaams. De man vroeg of we tabak hadden dus heb ik mijn laatste tabak en vloei gegeven, we mochten toen de hutten fotograferen. Zijn 2 zonen kwamen er ook bij en Wouter praatte er mee. Ze kwamen uit Boven Suriname en hakten hier hout ze leven van wat de natuur geeft dus die val was ook van hun. We reden naar de colakreek en kwamen langs het dorp 4 Kinderen het was een leuk dorp met houten huisjes. Colakreek is een recreatieoord waar je kan zwemmen het is er erg druk. We reden naar huis. Op de weg naar Zanderij stopten we nog bij een bosnegerdorp waar Wouter een kennis tegenkwam. Deze was met Amerikanen houtsnijwerk aan het kopen. Het was prachtig houtsnijwerk. We hadden Wouter uitgenodigd vanavond om te gaan eten. We aten Indische rijsttafel . Het was geweldig lekker met veel gerechten. Ook troffen we Dhr. Abuys uit Groningen met zijn groep daar nog aan, we zijn in de voorbereiding op deze reis bij hem geweest. hij had veel slangen gezien en gevangen. Wij zouden ook eerst met hen meegegaan zijn maar dat ging toen niet door. We reden naar huis en gingen om 11.30 u. naar bed.

 

Woensdag 9 April

Opgestaan 8.00 u. Karel was jarig maar ik was het bijna vergeten, We deden eerst de was dat was een hele klus, De vieze overhemden kregen we niet meer schoon maar we wasten maar met de hand, Karel zei, dat heb ik op mijn verjaardag nog nooit gedaan. Toen de planten inpakken en naar Stinasu. Dhr. Baal moest vergunning verlenen We moesten wachten op de man maar Karel ging hem zoeken en vond hem ergens in de tuin. Karel ging mee naar zijn kantoor ze praten wel een half uur.

Het bleek dat we 4 doosjes op konden sturen want Karel had gezegd dat het voor de dierentuin was anders mocht het niet Toen naar de plantengezondheidsdienst met de bus. We moesten eerst de

planten maar schoonmaken zeiden ze daar. Wij terug naar huis het was 13.00 u Nog de brief aan Ria op de post gedaan maar na een half uur herinnerde ik mij dat ik het adres er niet had op gezet. Stom hè dus toen maar een nieuwe geschreven en planten gepoetste 16.30 u gegeten hij Rotting 19.30 u. met Wouter op kikker jacht. Het heeft jammer genoeg niet geregend dus weinig kikkers rondom Zanderij. We reden achter Zanderij naar de weg Witagron. Toen de broek in de kousen ivbm slangen en ander gespuis en door de zwampen gewaad, we zagen mesvissen en Vuurneon we hoorden wel kikkers maar vonden ze niet. Ook hoorden we een kikker die maakte het geluid van een koe die brult. We zagen wel een grote melkkikker. Ook een Godetodes gevangen de kleinste hagedis ter wereld. Het is wel prachtig in het pikdonker in de zwampen te lopen, veel geluiden van kikkers, als je een koplamp op je hoofd hebt zie j e alle oogjes van de dieren. De ogen lichten op ook van spinnen. We zagen ook een kaaiman in het water, rode ogen in het licht. Je moet wel uitkijken dat je niet wegzakt in de modder. Om 23.10 u. waren we weer thuis en dronken nog wat met z’n drieën op de verjaardag van Karel. Ik zit om 1.00 u. dit nog te schrijven. Morgen om 6 uur op pad om planten weg te brengen. Ik ga nu naar bed.

 

Donderdag 10 April.

Opgestaan 7.00 u. Op pad gegaan met de dozen planten. Eerst met 2 busjes naar de Cancanstraat. De man die ons hielp deed niet moeilijk hij keek er naar en we kregen de benodigde papieren. Toen naar het postkantoor, daar pakten we alles in na het open te hebben aangeboden. Daarna souvenirs gekocht indiaanse spullen, neusfluit, dwarsfluit, cassave pers, gifpijlenkoker, boog met pijlen, 3 potjes aardewerk, haarkoker, kralen, houtsnijwerk kam en bord alles gemaakt i n het binnenland door de Trio indianen die wonen i n het Sipawinigebergte tegen de Braziliaanse grens. We kochten alles in een zendingswinkel de winst van de winkel word besteed voor het dorp waar de spullen zijn gemaakt vooral voor de kinderen. We aten en dronken i n de stad daarna wat inkopen gedaan voor Brownsberg Er kwam ook nog een soort wandeltocht voorbij veel lawaai maken ze en ze zingen en dansen. Wel gezellig. Daarna naar huis. 18.30 u. gegeten en wat geschreven. We hebben de souvenirs ook al ingepakt ook de spullen voor Brownsberg voor Zaterdag. s Avonds thuis geweest

en wat gedronken. 22.00 u. naar bed.

 

 

Vrijdag 11 April.

Opgestaan 8.00 u. Met Virgien inkopen gedaan voor het feest van Karel vanavond. Er zijn wat kennissen en familie van Virgien uitgenodigd. Om 13.00 u. begonnen met eten klaarmaken voor vanavond. We maakten kleine roti’s dat is een soort pannenkoek in een puntzak vorm en gevuld met

groenten een soort kleine loaopia. Ook grote roti, s hadden we dat i s groenten met kruiden, kip enz. en pannenkoek. Met de pannenkoek pak je de gerechten in en eet je ze op. s” Avonds feest. Karel kreeg een eierrek van Wouter en Lien. Het was een leuk Surinaams feest, alleen voor de avondklok 24.00 u. moest iedereen weg. Rond 2.00 u. gingen we naar bed.

 

Zaterdag 12 April.

Opgestaan 7.00 u. Naar de stad gegaan, de bus naar Leonsberg gepakt daar overgevaren over de Surinamerivier en naar het openluchtmuseum gegaan. Hier stonden hutten van boscreolen en een oud kruidhuis. Veel muskieten. We ontmoeten een Nederlands en een Surinaams meisje 32 jaar en 18 jaar. Ze gaan volgende week ook naar Brownsberg hun moeder gaat ook mee en die wil wel voor ons koken. Afwachten maar wat dat wordt. We wandelen daar nog wat rond en gaan weer terug.

Om 18,00 u. gegeten en  in de avonds op de waranda met Virgien en haar vriendin zitten praten. Was erg gezellig. Om 2.00 u. naar bed.

 

Zondag 13 April.

Opgestaan 6.00 u. 6,30 u. vertrokken. We moeten waarschijnlijk naar de Saramacastraat ongeveer 1 uur lopen. De rugzak van 35 kg op de rug dat is wel zwaar lopen. We komen na 20 min. een busje tegen en rijden mee. 7.00 u. aankomst. Daar staat al een busje klaar het is het openbaar vervoer. stappen bosnegers en bosnegervrouwen in, deze mensen moeten op de weg naar Brownsberg i n de dorpen z i j n . We rijden richting Paranam. Het valt mij op dat de bosnegervrouwen hun haar mooi opmaken, met vlechtjes zeer klein en in vierkanten op of langs het hoofd. Ze zijn wel vriendelijk en een vrouw komt naast mij zitten en vraagt in het taki - taki  of ik wat te drinken heb, een jongen vertaald dat

voor me. Er stappen regelmatig mensen in en uit en er wordt veel gepraat met elkaar maar je verstaat er niets van. We reden door enkele bosnegerdorpen allen gebouwd van houten planken. Sommige vrouwen lopen met ontbloot bovenlichaam. De tocht gaat over de bauxiet wegen. Het is

geweldig om daar door zo’n dorp te rijden. Bij sommige dorpen staat bij de ingang vierkante bogen hier hangen smalle bladeren aan. Het is de bedoeling als je het dorp ingaat je de bladeren raakt maar dat kan ook niet anders want het is een vrij lage boog. Als j e de bladeren aanraakt gaan de boze geesten die je bij je kan hebben van je af, zodat je geen boze geesten in het dorp kan brengen. Er word vanuit de bus naar buiten gepraat naar mensen die daar lopen. Om 9.30 u. komen we in het dorp Brownsweg aan de voet van de Brownsberg. Dit was een rit van120 km. De bus kost f 4- per man je houd het niet voor mogelijk. De vrachtjeep met open laadbak van Stinasu brengt ons in het natuurreservaat. We dronken eerst een pils je in een bosneger winkelen dan naar de op 500 m zee niveau gelegen berg. We deden de rugzak en onszelf in de laadbak van de jeep en we reden weg. Het ging met een rotgang naar boven het leek wel of je in een cakewalk zat  je moest je goed vasthouden. De weg is vrij steil en erg modderig. Om 10.15 u. staan we op het kamp. We kregen een kamer van 3m bij 3 m waar 2 stapelbedden van 3 hoog stonden. We pakken onze fotospullen en gaan naar de Wittiekreek. Het is 110 min. lopen bergafwaarts door het woud, het loopt vrij moeilijk en af en t oe klimmen we over omgevallen bomen. We horen veel geluiden van o.a. ara’s de boskip, kikkers en we zien een groene boomslang van 1 m lang. We zien de Atalopus spumarius ( kikker ) .Na twee en half uur lopen komen we b i j de Wittie kreek, het is een kleine stroompje waar je wel in kon zwemmen maar we hadden de zwembroek vergeten en ook ons drinken, We zien veel orchideeën en anolissen. Nu 45 min. Terug gelopen bergopwaarts. Het is verschrikkelijk zwaar, steile paden en erg vochtig.

Karel loopt harderdan ik dus zeg ik, loop maar door ik kom wel achter aan. Ik kom om 15.15 u zwaar vermoeid boven aan op het kamp. Karel was er al een tijdje. Eerst wat drinken en uitrusten. Ons onderkomen i s het centraal logeergebouw Kwatta. Karel kookt rijst met doperwten en smaakt, het smaakt best. We gaan om 20.30 naar bed.

 

Maandag 14 April.

Opgestaan 7.00 u  Ik voel me fit. Wat gegeten en naar de Irene val gelopen. Er zijn diverse tochten naar de watervallen. Het pad gaat ook steil naar beneden net als gisteren, veel omgevallen bomen en het is glibberig. We komen bij een kreek waar we via een omgevallen boom overheen gaan. We vinden de colostethus (kikker). Hij is bruin en heft rood op de poten. Bij de Irene val aangekomen. We zien Kolibrie s ze halen nectar uit de Paloeloe, dit is een forse plant die veel gevonden wordt in de bossen, vooral op vochtige plaatsen waar het bos niet te dicht is. De plant is 2-3 m hoog en heeft 3-5 bladen met een tot 2 m lange blad schijven ruim 1 m lange bladstelen die samen een zeer korte schijnstam vormen. De rechtopstaande, lang gesteelde bloeiwijze draagt op de donkerrode. In knikken omhooggaande spil 6-8 schuitvormige, oranjerode bracteeën met een gele rand en een groenachtige top. De weinig opvallende, groenige bloemen liggen binnen deze bracteeën. Het regent erg, er is een afdak dus schuilen we. We kijken naar de mooie val. Het is zeer donker in het woud, je moet foto’s maken met 400 asa film op een dertigste sec, Na een uur wordt het wat beter en fotograferen we de val. We besluiten verder te gaan en de bordjes autoweg te volgen. Het pad is smal 40 cm en vlak, ik zie een kikker (Atalopes varius). Het begint na 20 min. keihard te regenen, we zijn in zwembroek en overhemd dus lopen we maar door. Na een uur komen we bij het toevalmeer een plas van 10vierkante meter de bordjes autoweg zien we niet meer dus keren we noodgedwongen terug. Het is al erg donker, al is het nog vroeg i n het woud. Normaal is het om 5 uur donker maar dat zal nu wel een paar uur vroeger zijn dat komt omdat het regent. We moeten nog 3 uur lopen.

Als we het kamp niet halen voor het pikdonker is moeten we in het woud slapen maar met die regen is dat ook niks. We komen op t i j d aan en het giet nog steeds. Het is best lekker door de regen te lopen

want het is helemaal niet koud. We lopen van de v a l naar boven. Ik zie dat Karel bijna op een slang trapt, hij merkt het niet. Ik waarschuw Karel en hij pakt de slang. Het is een kikker en hagedis etende slang, gele keel, wit lichaam met bruine strepen 1 m lang en een pink dik. We nemen hem mee en fotograferen hem onder een afdak. Het is nu 17.00 u. We keren terug naar het kamp en doen droge kleren aan. Ik maak het eten klaar we hebben nog wat van gisteren en ik vul dat bij met bonen en groenten. Er zijn 20 kinderen in het gebouw gekomen om de nacht in een hangmat door te brengen. Ze slapen dan 2 nachten in het oerwoud, v.d. Put vraagt of wij iets over kikkers willen vertellen. Om 20.00 u. is er een dia-lezing van Stinasu, na afloop drinken we nog wat. s Avonds komt er altijd een grote pad op visite een Buffomarinus, 12 cm groot hij eet onder de tafels de insecten op. Ik zie dat hij

een sprinkhaan van 5 cm In één hap opeet. Om 23.00 u, naar bed.

 

Dinsdag 15 April

Opgestaan 7.00 u. ik werd gewekt door Karel met de kreet zonsopgang boven het meer, dus wij fotograferen. Het weer was goed, lichte nevel en zeer vochtig, het mos groeit: tot hoog in de bomen. 8.00 u, op pad gegaan naar de Mazaronieval, dit is een tocht van 3 km. Na een half uur lopen staat het pad onder water 40 cm diep, we kunnen er. niet omheen lopen dus moeten we er door. We vinden de Phylobates vitatus met jonge op de rug. Het pad wordt zeer steil. We gaan langs lianen en bomen en op de rug naar beneden, we zien er uit als een beest helemaal onder de modder. Beneden aan de val gekomen, hoogte verschil 35 m, zien we weer de oranje krabben, we maken foto’s. Karel klimt verder naar boven en gaat onder een der vallen staan dat is zeer koud. We gaan na een uur weer terug naar boven dat gaat wel gemakkelijker. Het is een hele klimpartij maar het weer is gelukkig goed. Op het pad zien we een Buffomarinus, hij zit op een steen, bijna onzichtbaar. Langs het brede pad schijnt de zon de hagedissen zitten te zonnen, schinken en kikkers zijn er ook en veel mooie bloemen ook geluiden van vogels. De meisjes die we al eerder ontmoet hadden zijn ook aangekomen met hun moeder. We maakten kennis met de vrouw, ze was 50 jaar. Er waren ook 2 jongens bij van 25 en 12 jaar. Het zijn leuke mensen. Hun moeder kookt nu voor ons dus eten we met de pot mee.

15.00 u. We maken nog een kleine tocht naar een uitzichtpunt, 15 min. lopen. Karel ziet een giftige slang, koraalslang zwart/grijs met witte banden. Hij staat 5 cm boven het blad op de grond met de kop omhoog, Karel pakt een tak, drukt de kop tegen de grond en grijpt hem achter de kop. We maken er foto’s van. Ik vind het nog steeds link, een beet en je bent dood. We gaan weer terug en krijgen lekker Surinaams eten door moeders klaargemaakt, vis, vlees, groente en rijst . Om 17.45 u. tegen donker gaan we met zessen, wij tweeën, de meisjes en jongens, het woud in. Het is de bedoeling dat we om 20.30 u. terug komen. We lopen weer door het water op het pad, een van de meisjes wordt gedragen, de rest rolt de broekspijpen op en we lopen richting Mazaronieval. Wij hebben de koplamp op de anderen een zaklamp. Het woud begint te leven. Je hoort geluiden van kikkers, krekels, en vogels. Het is machtig. Plots komt er een groot beest op het pad, het is een POEMA echt waar niet te geloven. We blijven doodstil staan. Hij loopt voor ons het pad op. Kijkt om en verdwijnt in de struiken. Karel weet zeker dat het een poema was hij is dieren verzorger bij de roofdieren bij Ouwehands dierenpark. De meisjes zijn bang. Je kan het niet geloven ineens een Poema 30 m. voor je neus te zien. Hij is  lichtbruin van kleur,70 cm hoog en 1.20m lang. Een lange staart met donkerbruine kwast We lopen weer verder, het wordt nu zeer snel donker in het woud. We zetten de koplamp op. Eén van de meisjes trapt bijna op een boskrab, 12 cm en lichtbruin van kleur. Omdat we de koplamp op hebben zien we de ogen van de kikkers, spinnen e.a. oplichten. kikkers hebben rode ogen, kaaimannen ook, spinnen blauwe ogen. Aan het eind van het pad zien we een bank staan we rusten uit en doen de lichten ook uit. Het is aardedonker, je ziet elkaar niet. De lucht is helder met veel sterren. Je hoort ontzettend veel geluiden dat is mooi om te horen. Er vliegen nachtzwaluwen en vleermuizen. Slangen zien we niet. We lopen weer terug. In de plassen die op het pad staan barst het van de kikkers. Buffo ’s en andere soorten ze maken veel lawaai. Het is bij die plassen wel uitkijken voor kaaimannen en slangen, die zijn daar, s ’nachts meestal. Af en toe doen we het licht uit om te kijken hoe donker het is. Het is niet koud ongeveer 25 gr. Waar het pad onder water staat, wordt het kleinste meisje gedragen. Het was een heel. Aparte ervaring. Om 20.45 u. zijn we terug in het kamp. We drinken wat en krijgen nog nasi te eten. We praten nog wat en gaan om 21.30 u naar bed.