5f44b755
U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

Donderdag 4 maart 2010

Het is weer vroeg op. Dat gaat vanzelf. Om 6 uur is het al aardig licht en meestal is Louis dan al buiten geweest. Meteen na het ontbijt met fruit en ei, koffie, limonade en toast gaan we op stap naar de indianen, in ieder geval naar het Guyami Indigenius Territory.

Dan gaan we morgen dus naar Los Patos. Hoezo? Nou, dat hadden we besteld. Neen hoor, alleen de Guyami Tour en de avondwandeling. Daar moet Pauline dus weer aan te pas komen. Die is er echter pas om 8.00 uur. OK, dat vechtenwe dan later wel uit.In de ganzenpas het woud in met de indiaanse gids.In de ganzenpas het woud in met de indiaanse gids. De 4-wheel komt uitstekend va pas. We volgen een kiezelpad dat allengs meer stijgt en daalt. Het wordt steeds steiler op en neer. Je moet op tijd de goede versnelling kiezen en dan nog is het soms net kantje boord. We passeren een klein watertje en daarna nog twee rivieren waar we dwars doorheen rijden. De wagen maakt behoorlijke boeggolven. Natuurlijk gaat het goed. Al onze voorgangers deden het toch ook.
Onze engelssprekende gids brengt ons bij de Guyami-gids. Beiden zullen ons begeleiden op de 6 km lange trail. De Guyami’s wonen verspreid over een gebied van enkele km’s. Vrij centraal staat ergens een houten schooltje voor 50 leerlingen met 4 onderwijzers. De school is gebouwd en wordt onderhouden door een Nederlandse organisatie, waarschijnlijk missie of zending.
We komen nog een schuur tegen die is ingericht voor evangelische kerkdiensten.

We beginnen al goed; een slootje dat te breed is om overheen te springen. Geen nood. Er ligt een grote steen halverwege, die dient als tussenlanding. Ik twijfel. Het ziet er glibberig uit. Inderdaad glijd ik van de bedachte landingsplaats en wonderwel kan ik me staande houden om meteen de overkant te bereiken. Het ging zo snel dat ik nauwelijks natte voeten daaraan overhield.
De tocht is zwaarder dan we zouden verwachten. We lopen langs steile hellingen en ons pad stijgt en daalt voortdurend. Er is veel te fotograferen. Dat is maar goed ook. Dan kunnen we weer even op adem komen. Ooit liep ik langs de helling van een klein zijriviertje van de Maas in Noord Frankrijk. Ook die helling was stijl en het voetpad kronkelde daar ook zo erg dat we soms met handen en voeten verder klauterden. Dit lijkt ook wel 

Een beeldhouwwerk uit de oertijdEen beeldhouwwerk uit de oertijdzoiets en dan met andere planten en nog warmer.

Onze gids vertelt ons over geneeskrachtige bomen en even later snijdt zijn kapmes een flinke stengel van een plant. De inhoud wordt afgepeld en even later knauwen we op een stengeltje ter dikte van een asperge. Het smaakt als een wortel. Het is zwoegen en klauteren. We ervaren hier een echt tropisch oerwoud. Met alle gekrakeel van insecten en andere diergeluiden.
Weer stoppen we. Hoog boven ons, schier onzichtbaar, struinen een stel apen door de boomtoppen. Ze lijken tikkertje te spelen en eigenlijk zijn ze constant op zoek naar vruchten. We krijgen de apen niet gefotografeerd. Toch is het weer een van de vele unieke belevenissen.
We passeren een slangenhuid, een doorzichtig vel van ca 1.50 m en een diameter van enkele cm’s. Op commando als het ware vindt onze gids een slangetje van 25 cm lengte. Het diertje stil opgerold tegen een wortelstronkje. We naderen het dier voorzichtig met onze camera’s. Aan de houding van de slang zie je dat hij zo weg kan schieten.

Dendrobates  auratesDendrobates aurates
We zien weer kleine kikkertjes en ook wat grotere waar ik de naam van kwijt ben.
Het laatste gat iets gemakkelijker. We passeren een gemeenschapshuis waar de dokter spreekuur houdt en enkele scholieren worden ingeënt. Door het gras lopend ontdekken we kleine springende insectjes. Grasluizen. Maar het is al te laat. ’s Avonds blijkt dat ze zich in randen van onze sokken klem hebben gesprongen. Rond mijn enkels heb ik een mooie versiering van bultjes. 35 stuks aan elke voet. De komende dagen moet ik me goed inhouden om niet aan de bultj

Huisvlijt voor de toerist de vrouw van de indianen gids .Huisvlijt voor de toerist de vrouw van de indianen gids .

es, zo groot als een muggenbult te krabben. Azaron smeren helpt nog het best. Hans is iets minder gestoken en Louis had blijkbaar strak passende sokken.
In het huisje van onze gids zit een vrouw in klederdracht van de Guyami-indianen. Op de veranda zit zij kraaltjes te borduren. Dat zal wel voor de toeristische markt geproduceerd worden. Er staat ook een oude trapnaaimachine. Even later schuift een tweede vrouw achter de naaimachine. Ook zij is in klederdracht getooid en gaat vol ijver verder aan haar kledingstuk dat ook wel voor de verkoop bedoeld zal zijn. Verder zijn we op onze rondwandeling door het woud en langs de diverse woningen geen klederdracht tegen gekomen.
Op de terugweg passeren weer de rivier. We rijden er drie keer doorheen. Heen, terug en weer heen,  want Hans en ik willen dit wateravontuur beslist op de gevoelige plaat, digitaal, vastleggen. Veilig bereiken we onze lodge.

Via de vaste telefoon van de lodge ga Pauline van Ecole Travel bellen. Ze werkt tot 14.00 uur, dus dat kan net.
Inderdaad heeft Ecole Travel alleen de Indianentocht besteld. De tocht naar Los Patos is optioneel. Oh! Wat nu! We kunnen morgen gewoon bij Danto de tocht alsnog bestellen en lopen à 93 dollar pp alsnog bestellen. Daar hadden we niet op gerekend. We besluiten een vogeltour te maken en bestellen deze bij Danto à 25 dollar per persoon. Toevallig vinden we alle drie dat we prachtige tochten hebben gehad, dat het reismisverstand voorlopig opgelost is en dat er ter afsluiting het vochtgehalte opgevoerd mag worden met een pilsje. We zijn keikapot, we lezen wat, we slapen wat en het deert ons niet dat het even flink regent.
Om 19.00 uur zijn we wat bijgekomen, we kunnen aan tafel en hebben een heel rustige avond.   André 


Vrijdag 5 maart 2010

….gaan we de vogelroute maken. Lang leve de 4-wheel-drive. We gaan soms wel erg steil omhoog en .. ,oh hemel, ook omlaag. Het griezeligste vind ik toch wel een steile afdaling van 100 m die in een scherpe bocht eindigde. Maar Louis heeft de wagen goed onder controle. Daarnaast genieten we van de prachtige uitzichten. Ver in de diepte zien we enkele bosbouwers die op de digitale plaat werden gezet. We fotograferen alles wat los en vast zit. En met andere woorden: “Every thing that moves”. Een witte eagle aan de kant van de weg kiest het luchtruim met de pas gevangen prooi nog in zijn klauwen.
We worden op de farm verwelkomt met koffie. Het wordt weer zo’n wandeling als gisteren, ook steil op en neer, maar net iets minder. Ook een smal pad maar net iets breder. Toch moeten we soms over en om wat boomstammetjes en soms door een modderbad.
We zien nog meer kikkers dan we verwachten. De beide gidsen weten dat we frog-freeks zijn en zij vinden het prachtig om hun kunst van het kikkervinden uit te voeren.
Iedereen geniet. We vinden spinnen, vleermuizen en weer kikkertjes. Ze zijn fel gekleurd, weer een Dendrobates en dan een Phylobates. Ook de vegetatie is spectaculair. Gisteren zagen we nog een enorme plankwortelboom. Nu komen we in een kathedraal. Het is een groep bomen die op stelten wordt gedragen. Het is majestueus. De stelten gaan eerst 15m omhoog, komen dan samen en vormen in het bladerdak de rest van de boom met enorme zijtakken. We fotograferen en redeneren, hoe kan het zo groeien.
We volgen nu een pad dat de diepte in duikelt. We gaan naar ‘het’ riviertje. We dalen en dalen, we denken dat we weer omhoog moeten. We horen het water vallen. Het is een watertje van niks dat verderop tussen twee rotswanden komt gekropen. We volgen de beekloop door de nauwe rotsdoorgang, twee meter breed met rotswanden die tietallen meters omhoog reiken. Wow, dat vind je in Europa nauwelijks. Het is adembenemend.AnolisAnolis
Als we weer uit de rotsspleet terugkomen vinden we op een zonnige plek een stelletje Ameiva-hagedissen met flinke achterpoten.
Heel rustig gaan we weer naar boven. We vergeten moe te worden, zo sterk zij we gefascineerd van deze tropische oerwoud beleving. Terug, op de farm krijgen we nog een lunch met lekker veel limonade.
Bij terugkomst op de lodge drinken we wat en komen de speelkaarten weer te voorschijn. We toepen. Elk krijgt 4 kaarten en het gaat erom wie de laatste slag haalt. De 10 is het hoogst en de boer het laagst. De 2 t/m 6 doen niet mee.
Hans en Louis gaan weer het bos in en maken dezelfde route als de eerste avondwandeling, maar nu iets uitgebreider. Ze vinden een flinke hagedis, een Gronotodes van 5 cm. Die is dus ook weer vereeuwigd.


Zelf slaap ik een uurtje en ga dan verder met mijn dagboek. Het is nog een flink geschrijf. Elke dag maken we aantekening die ik in een notitieboekje noteer. Dat boekje is ons geheugen. Daar staat ook in wie er met toepen wint door met streepjes afte turven wie welke strafpunten krijgt. Daarnaast wordt er genoteerd wie aan wie geld voorschiet en hoeveel we inleggen voor de gezamenlijke pot. Dit schrijven vergt ongeveer een half uur per bladzijde. Ik ga nu mijn 13e uur in.
Voor het eten kaarten we nog even. Het diner bestaat bijna altijd uit rijst, bonen, sla en vlees. Nu genieten we van ragout. Altijd wordt er vruchtensap geserveerd en krijgen we nog een klein toetje. Dan nemen we nog koffie die altijd klaar staat. De bierdrinkers nemen nog een pilsje.
Hans en Louis duiken weer het bos in en vinden weer zo’n grote Leptodactylis, een kikker van ruim 10 cm.
Alleen gaste zijn vandaag vertrokken. We zijn er nog alleen met een oudere dame uit Australië. Het bedienend personeel heeft dan ook een vrije avond. Ik schrijf weer een paar velletjes en heb er best zin in.
Nu het personeel weg is en ook de balie onbemand, zitten we zonder bier. We trekken de stoute schoenen aan, halen een zaklantaarn en onderzoeken de keuken die vrij toegankelijk is. Ik vind de koelkast met enkele flesjes bier, precies op de plaats waar de bediening ook het bier te voorschijn tovert. Geen bier, toch bier.
We kaarten nog even en gaan weer bijtijds naar bed. Meestal zijn zijn we alweer wakker als de zon om 6 uur de duisternis oplost. Morgen reizen we weer naar het noorden.

Zaterdag 6 maart 2010

We staan wat traag op, hoeven geen haast te maken en willen rond 9 uur de weg op naar Chacarita om dan weer de highway CA2 naar het noordwesten op te pikken. Terwijl ik afreken uit de centrale kas kuieren H en L nog eens rond en vinden een helmbasilisk.

De weg naar Chacarita heeft nog steeds die diepe kuilen waar  je maar beter van kan wegblijven. Soms heb je nauwelijks keus en pak je erg rustig de minst vervaarlijk uitziende kuil.
Het café bij de afslag heeft heerlijke koffie en bij de buurman tanken we 44 liter super voor onze super driver. De chauffeurs wisselen en ‘the new one’ rijdt ons naar Palmar norte, waar we na de brug afslaan naar Dominical. We rijden dan door plantages, neen langs plantages met Afrikaanse palmen voor de palmolie.
We verwachten een slechte weg. Nu is het afwisselend. Ze zijn met de reconstructie bezig. Dis hebben we soms enkele km’s prachtig asfalt, soms moeten we over de oude aftandse weg of over de voorlopige niet geasfalteerde weg.
Na Dominical pakken we een eettentje langs de weg en lunchen. Als het even kan neem ik als lunch een vissoep. Deze is goed gevuld met vis, garnaal, inktvis enn stukje krab met diverse pootjes.
Quepos staat niet aangegeven en dus missen we de afslag. We keren en rijden kris kras door het dorpje.
Na weer enkele km’s moeten we linksaf, een steil landweggetje op. We missen de afslag om even later te constateren dat we dat onooglijke wegding toch hadden moeten hebben. Hans keert en neemt dan vol zwoeng de steile helling. Na 200 m zijn we op de plaats van bestemming. Hotel Mare Nostrum.
Ik realiseer me nu dat je een steile helling met stijl moet nemen. En steil te vaak als stijl geschreven heb; Het is nog net geen voldoende.
We installeren ons en de manager verontschuldigt zich voor het ongemak: Er blijken twee maal twee persoonsbedden te staan. Bovendien heeft hij de bank als slaapplaats ingericht. Ik slaap op de cauche en dat sliep best goed. Morgen krijg ik een eigen kamer met als gevolg dat ik zonder oordoppen kan slapen. Elk nadeel heeft zijn voordeel.
Na een uur rijden we door naar Manuel Antonio. We willen geld pinnen. Maar dat blijkbaar alleen met een Creditcard en niet met gewone bankpas. OK, morgen komen we terug. Zelf heb ik wel de CC bij me. We kunnen dus vooruit.
We parkeren en verkennen het dorpje, komen op een toeristisch marktje dat we gauw links laten liggen. We kuieren langs het strand en komen als vanzelf bij een terrasje maar eerst doen we wat boodschappen, voornamelijk bier en water.
Vanuit ons plekje zien we dat de ingang van het park 300m verderop ligt. Terwijl de boys van hun pilsje genieten ga ik informeren wanneer het park Parque National Manuel Antonio, open gaat en hoe we aan een gids komen.
50 m voor de ingang vind ik al een bureautje waar je de entree met gids kunt bestellen. We hadden gerekend op 25 dollar en een entree van 10 dollar pp. Het is duurder.  Als we nu inschrijven kan het voor totaal 3x30 dollar. Met die wijsheid kan ik overleggen met de boys. Ik ontdek tevens dat overmorgen, maandag, het park gesloten is. Dus kunnen we alleen op zondag naar het park. Oei, daar hadden we geen rekening mee gehouden toen de trip naar Costa Rica in omgekeerde volgorde zou worden geboekt. Het zij zo: we vinden wel een alternatief voor maandag.
We boeken de tocht voor het park. Dan worden we om 7.50 uur opgehaald in ons hotel en na afloop weer teruggebracht. We betalen een voorschot, bestellen in ons restaurantje een diner, rijden naar ons hotel, wassen ons en genieten de rest van de avond op ons balkon voor de deur.